De verschillende AI-termen worden duidelijker wanneer je ze samen in één praktisch voorbeeld bekijkt.
Stel dat je een AI-systeem vraagt om je voor te bereiden op een belangrijke vergadering met een klant.
Het AI-model begrijpt je vraag
Het AI-model verwerkt de opdracht en redeneert over wat er nodig is. Het begrijpt dat een goede voorbereiding informatie vereist over de afspraak, de klant en eerdere gesprekken.
De AI-agent voert de taak uit
De agent neemt het gewenste resultaat als uitgangspunt. Hij bepaalt welke stappen nodig zijn om een complete briefing te maken.
MCP zorgt voor de verbinding
Via MCP kan de AI-toepassing verbinding maken met je agenda, mailbox, CRM en documentenopslag.
MCP levert de technische manier waarop de systemen met elkaar communiceren.
Tools halen informatie op
De tools maken concrete acties mogelijk. Daarmee kan de agent de afspraak bekijken, e-mails lezen, klantgegevens ophalen en relevante documenten verzamelen.
Een skill bepaalt de werkwijze
Een skill voor vergadervoorbereiding vertelt de agent welke informatie belangrijk is en hoe de briefing moet worden opgebouwd.
De skill kan bijvoorbeeld voorschrijven dat openstaande afspraken, eerdere toezeggingen, mogelijke risico’s en gespreksdoelen moeten worden benoemd.
Geheugen geeft continuïteit
Het geheugen kan relevante informatie uit eerdere gesprekken terughalen, zoals voorkeuren van de klant of eerder gemaakte afspraken.
Guardrails bepalen de grenzen
Toestemmingen en guardrails voorkomen dat de agent zonder goedkeuring berichten verstuurt of gegevens aanpast.
Ieder onderdeel heeft dus een eigen functie. Het model redeneert, de agent voert uit, MCP verbindt, tools maken acties mogelijk en skills bepalen de juiste werkwijze.