Het probleem dat niemand hardop zegt
Laten we eerlijk zijn.
Europa bouwt zijn AI-toekomst op technologie die vaak buiten Europa wordt beheerd.
De recente ingreep rond Anthropic maakt dat pijnlijk duidelijk.
Eén besluit, grote gevolgen
De Amerikaanse overheid beperkte de toegang tot Fable 5 en Mythos 5 op basis van nationale veiligheid.
Daarna trok Anthropic die toegang wereldwijd terug voor buitenlandse gebruikers.
Dat laat iets belangrijks zien: politieke besluiten in Washington kunnen direct effect hebben op bedrijven, onderzoekers en overheden buiten de VS.
AI is geen gewone software meer
AI lijkt steeds meer op halfgeleiders of energie.
Zodra modellen, cloudtoegang en rekenkracht als strategische assets gelden, verandert de vraag.
Dan gaat het niet meer alleen over innovatie.
Dan gaat het over macht, afhankelijkheid en exportcontrole.
Europa leunt zwaar op Amerikaanse stacks
In de praktijk draait een groot deel van de Europese AI-keten op Amerikaanse partijen.
Veel organisaties werken met modellen van OpenAI, Anthropic, Google en Meta.
De onderliggende cloud draait vaak op Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud.
Dat is geen klein technisch detail.
Wie afhankelijk is van externe providers, is ook afhankelijk van hun prijsmodel, beschikbaarheid, beleidswijzigingen en juridische verplichtingen.
Waarom dit een strategisch probleem is
De Anthropic-casus laat zien dat toegang tot geavanceerde AI niet vanzelf stabiel is.
Daarom zet de Europese Commissie zwaar in op eigen infrastructuur.
In 2025 breidde de Commissie het AI Factories-netwerk uit naar 19 AI Factories in 16 lidstaten.
Daarmee hangt meer dan €2,6 miljard aan gezamenlijke EU- en nationale investeringen samen.
Europa bouwt, maar is nog niet klaar
EuroHPC laat zien dat Europa al verder komt.
De organisatie meldt dat zij tot nu toe twaalf state-of-the-art supercomputers heeft aangeschaft.
Zij faciliteert ook toegang voor onderzoekers, overheden en bedrijven in de EU en geassocieerde landen.
Dat is belangrijk.
Maar het is nog geen volwaardige tegenmacht tegen de schaal van de Amerikaanse hyperscalers.
De echte vraag is niet alleen: onafhankelijk?
Volledige onafhankelijkheid van de VS is lastig.
De betere vraag is: hoe maakt Europa zichzelf onmisbaar in de mondiale AI-keten?
Dat vraagt om meer datacentercapaciteit, sterkere Europese AI-bedrijven, meer supercomputers en meer rekenkracht.
Tegelijk blijven strategische samenwerkingen met Amerikaanse partijen nodig.
Nederland laat het spanningsveld zien
Nederland heeft een sterke internetknooppuntfunctie, een grote datacentersector en een groeiend AI-ecosysteem.
Tegelijk leunen Nederlandse bedrijven, overheden en kennisinstellingen sterk op Amerikaanse cloud- en AI-aanbieders.
Dat maakt de afhankelijkheid hier heel concreet.
Nederland heeft de infrastructuur om een grotere rol te spelen.
Maar die positie benutten we nog niet volledig voor meer strategische autonomie.
Wat dit betekent voor jouw organisatie
AI-inkoop is geen gewone IT-beslissing meer.
Wie modellen, cloudcapaciteit en rekenkracht afneemt, kiest ook een geopolitieke positie.
Dat vraagt om vier duidelijke keuzes:
- Spreid afhankelijkheden over meerdere aanbieders
- Bouw waar mogelijk lokale of Europese rekenkracht op
- Eis duidelijkheid over toegang, dataopslag en modelcontinuïteit
- Behandel AI als strategische infrastructuur, niet alleen als productiviteitstool
De kern
De Anthropic-ingreep is geen los incident.
Het is een waarschuwing dat AI steeds vaker onder dezelfde logica valt als andere strategische technologieën.
Toegang kan worden beperkt. Regels kunnen veranderen. Macht zit in de infrastructuur.
Europa moet daarom niet alleen meer AI gebruiken.
Europa moet ook meer zeggenschap opbouwen over de laag eronder.
De volgende stap is helder: bouw Europese capaciteit waar dat kan, en maak afhankelijkheid van buitenlandse AI-infrastructuur een vast onderdeel van elk serieus AI-beleid.