Het gekke aan OpenAI
OpenAI verbrandt geld in een tempo waar zelfs de AI-wereld even van slikt.
Toch blijft kapitaal binnenstromen. In maart 2026 sloot het bedrijf een financieringsronde af van $122 miljard, met een post-money waardering van $852 miljard.
De rekening is enorm
Volgens Reuters meldde de Financial Times dat OpenAI in 2025 $34 miljard uitgaf.
Daarvan ging ongeveer $19 miljard naar onderzoek en ontwikkeling. Bijna $6 miljard verdween naar sales en marketing.
Reuters meldde ook een nettoverlies van ongeveer $39 miljard in 2025.
En het bleef niet bij dat jaar. In het eerste kwartaal van 2026 verbrandde OpenAI volgens Reuters $3,7 miljard, tegenover $5,7 miljard omzet in dezelfde periode.
Waarom die verliezen zo hoog zijn
Een groot deel van dat verlies hangt samen met de overgang naar een nieuwe bedrijfsstructuur.
Volgens het aangeleverde onderzoeksresultaat is een flink deel van die $39 miljard boekhoudkundig verklaarbaar. Zonder die posten zou het operationele verlies dichter bij $8 miljard liggen.
Maar laat je niet misleiden door die nuance.
De echte kosten blijven gigantisch. Denk aan AI-modeltraining, datacenters, Nvidia-GPU’s, onderzoek en ontwikkeling, plus de uitrol van ChatGPT en API-diensten.
AI vraagt simpelweg enorme infrastructuur. En infrastructuur kost geld.
De omzet groeit ook hard
Hier wordt het verhaal interessanter.
Volgens de bron steeg de omzet in 2025 naar ruim $13 miljard. Dat is ongeveer drie keer zoveel als een jaar eerder.
OpenAI zelf zei in maart 2026 ook dat het enterprise-segment inmiddels meer dan 40% van de omzet uitmaakt.
Dus ja, het bedrijf verliest veel. Maar de vraag is niet of er vraag is. De vraag is hoeveel schaal er nog bij komt.
Waarom investeerders blijven instappen
Het kernverhaal is helder: wie straks de AI-markt vormt, hoeft vandaag nog niet winstgevend te zijn.
OpenAI ziet zichzelf als de centrale infrastructuurlaag van de AI-economie. Het bedrijf noemt daarbij consumentenbereik, enterprise-deployment, developer-usage en compute als een versterkende groeicyclus.
Dat verhaal trekt grote namen aan. Reuters en OpenAI zelf plaatsen de kapitaalronde in een context met onder meer Microsoft, Nvidia, Amazon en SoftBank.
De logica is bekend. Eerst marktdominantie. Daarna de discussie over rendement.
Maar de bubbelvraag blijft
Critici wijzen erop dat de kosten sneller groeien dan de opbrengsten.
Ook blijft het lastig om gebruikers om te zetten in betalende klanten. En volgens de aangeleverde bron haalt OpenAI interne groeidoelstellingen niet altijd.
Dus nee, het risico verdwijnt niet omdat de omzet stijgt.
Toch is de grote vraag inmiddels verschoven. Het gaat niet meer om de vraag óf AI breed wordt ingezet. Het gaat om de vraag wie de kernlaag van die markt beheerst.
Wat dit betekent voor Europa
De kapitaalvoorsprong van Amerikaanse AI-bedrijven groeit verder.
Dat zet Europese spelers onder druk. Tegelijk opent het ook een kans: efficiëntere modellen, lagere kosten en specialistische toepassingen.
In dat speelveld valt vaak de naam Mistral AI. Ook de groeiende aandacht voor digitale soevereiniteit binnen de EU kan die beweging helpen.
De les is simpel: Europa hoeft OpenAI niet te kopiëren. Maar het moet wel scherp kiezen waar het wil winnen.
De echte vraag
OpenAI is inmiddels minder een startup dan een infrastructuurproject met een bijna onbetaalbare rekening.
De vraag is dus niet of het bedrijf geld uitgeeft. Dat doet het volop.
De echte vraag is of die uitgaven leiden tot een platform dat zo onmisbaar wordt dat de markt blijft betalen.
Dat blijft een verhaal om goed te volgen.